Biobedrijf in beeld: hoevewinkel Busschots
Niet veel ondernemers kunnen zeggen dat ze al sinds de jaren 1970 biologisch werken. De familie Busschots kan dat wel, met enerzijds de boerderij, die Koen Busschots overnam van zijn vader in 1990, en anderzijds een grote hoevewinkel.
Begrip in de omgeving
Zaakvoerder Stefaan Busschots: “Onze ouders hadden al een thuisverkoop op zaterdagvoormiddag. Toen de buurman in 2002 stopte met zijn biologische markt, vroeg Koen of verkoop niets voor mij was. Eerst lachte ik dat weg, maar uiteindelijk hapte ik toe. We verbouwden een schuur tot winkelruimte. Die eerste jaren waren pittig, met soms maar 6 klanten op een dag.”
Blijven doorzetten kreeg Stefaan als devies van een collega. Intussen is de hoevewinkel een begrip in de brede omgeving van Lier. Ze hebben een ruim assortiment, maar de groenten staan centraal. Qua volume zijn die het belangrijkste artikel. Een deel groeit in de velden rond de winkel. Koen: “Ik zet vooral in op grotere teelten, zoals wortelen, broccoli, aardappelen of knolselder. Klanten proeven meteen dat het onze eigen bloemkolen of broccoli’s zijn.” Ook in de winkelinrichting krijgen de groenten een centrale plaats. Medewerkster Anne-Carine: “Daarom vonden we het ook zo fijn dat BioForum vorig jaar bij ons een workshop gaf rond groenteverkoop voor winkeliers. We hebben niet vaak tijd om collega’s te ontmoeten, dat was ook mooi.”
Een spaarkaart met bloemenzaadjes
De klanten van Busschots zijn een dwarsdoorsnede van de bevolking. Toch ziet Stef één constante: “Het zijn mensen die hun eigen visie hebben op de wereld. Sommigen komen hier al meer dan 20 jaar. In het begin moesten we nog wel eens uitleggen wat bio was, maar intussen is dat toch min of meer ingeburgerd bij onze klanten.”
De hoevewinkel zet sterk in op beleving, met maandelijkse kooklessen en proeverijen. Anne-Carine: “We willen graag jonge gezinnen aantrekken. Daarom hebben we bijvoorbeeld een speelgoedwinkeltje staan voor de kinderen. Aan spaarkaarten doen we niet, behalve voor kinderen. Bij vijf stempels krijgen ze een gratis stuk fruit en een snoepje. De kaart zelf bevat bloemenzaadjes.”
Goed voor de gemeenschap
In deze tijden is het best een uitdaging om als zelfstandige winkel het hoofd boven water te houden. Ook goed personeel vinden is niet zo vanzelfsprekend. Koen: “Werken op de boerderij of in de winkel is behoorlijk intens en mensen weten niet altijd – hoe goed het ook bij aanvang bedoeld is – wat het precies inhoudt. We hebben dat zelf ook met scha en schande moeten leren.” Elke middag krijgen alle medewerkers een verse, warme en plantaardige maaltijd. Stef: “Dat heeft niet alleen een sociale functie, maar het draagt ook bij tot de gezonde levensstijl die wij willen promoten.”
Een plek met zo’n rijk bioverleden, denkt ook aan de toekomst. Het is nog niet voor meteen, maar stilaan beginnen Stef en Koen op zoek te gaan naar opvolgers. Stef: “Ergens aan beginnen is moeilijk, maar stoppen is dat natuurlijk ook.” Koen vult aan: “Grond die al sinds de jaren 1970 biologisch is, mogen we niet verloren laten gaan.” Ook Anne-Carine beaamt dat: “Plaatsen als deze zijn belangrijk voor de gemeenschap. Vandaag verdwijnt veel van het geld dat mensen uitgeven naar multinationals, wij houden het lokaal. We zijn er trots op dat we mensen van goed eten voorzien.”
Meer weten?